Uit:
DOOR WATER EN VUUR
Korte geschiedenis van West kapelle
door
Joh.Westerbeke
Copyright:
1992
Uitgeverij "Middelburg" 't Zanddorp 2
Middelburg tel.0118-625472
Ds. Th. van
der Groe had dus voorzegd, dat de oude psalmen tijdens de dagen van wraak
over Nederland, niet meer gezongen zouden worden. Dit is letterlijk uitgekomen
toen ons land bezocht is door de Franse overheersing en later toen de
kerk zo afgezakt was.
Toch mocht
Ds. Th van der Groe ook zien dat er altijd nog een overblijfsel van Gods
volk zou zijn in ons land.
In zijn biddagpreek over Jesaja 6:8-11 zegt hij daarover:
"En nu blijft er van mijn zware Goddelijke last nog maar een enkel
woord van genade en vertroosting, ditmaal over. Doch dewijl de Heere er
maar kort van spreekt, zo moet ik er nu maar met een woord van spreken.
Hij de Heere (JEHOVAH is Zijn Naam; eeuwig onveranderlijk dezelfde) zal
midden in de uitvoering van Zijn schrikkelijke toorn over Nederland, tot
het laatste einde toe, altijd nog mede een heilig zaad er in behouden,
tot steunsel van Zijn verbond; en dat om de eed welke Hij aan onze vaderen
Abraham, Izaak en Jacob gedaan heeft. Die eed zal Hij niet verbreken en
dat heilige zaad zal Hij niet verderven. Dat zijn ze allen hier in Nederland
die ten leven zijn aangeschreven, hetzij ze reeds geroepen zijn, of ze
nog van de Heere geroepen zullen worden".
Er wordt wel
gezegd, als de Heere eenmaal van een volk geweken is, dat Hij dan niet
meer terugkeert. Gelukkig heeft de geschiedenis van ons vaderland geleerd,
dat de Heere soms wederkeerde met grote ontfermingen.
Dat Hij een waarmaker van Zijn Woord is, bevestigt Psalm 105:6
Die eed en zal niet zijn verloren.
Die Hij Izaäk heeft gezworen,
En ook Jacob; maar hij zal fijn,
Eeuwiglijk vast en zeker zijn.
In Israël zal dit verbond,
Vast blijven staan tot aller stond.
Dit werd vanaf
1834 weer bevestigd. De HEERE gedacht aan Zijn verbond; en begon weer
op verschillende plaatsen te werken door Zijn Woord en Geest.
Er kwam weer een vragen naar de "oude paden", ook de vraag naar
oude schrijvers begon weer te herleven.
Met uitzondering van Limburg en een groot deel van Brabant werd dit in
de overige provincies, in vele plaatsen waargenomen.
Ook de Psalmen
van Datheen kregen weer een plaats in verschillende kerken.
Ds. L.G.C. Ledeboer schrijft hiervan in zijn levensbeschrijving: "
's Heeren wegen
gehouden met een alles verbeurd hebbenden zondaar": "Vele oude
vromen hebben
stervende en in hun leven gezegd, dat de oude Psalmen nog gezongen zouden
worden".
Op de Psalmen
van Datheen
Zie hier een boekske kleen,
Met psalmen van Datheen
Door 't voorgeslacht gezongen.
Zij deden 't hart zo goed,
In voor en tegenspoed
't Was adem voor de longen.
't Is waar
't was kreupelrijm,
Maar zo vol heilgeheim;
Dat vorm geen aanstoot baarde
't Werd later anders, toen
Men lette op meer fatsoen.
Datheen verloor in waarde.
De nieuwe rijm
verscheen,
De psalmen algemeen,
Bekend en nog gezongen.
Doordat hun vormen schoon
Beschaafder was van toon;
Zijn d' oude gans verdrongen.
Vergeten wij
toch niet.
Het stoere oude lied
Voor eeuwen aangeheven.
In kerk en kerkerkot,
Op houtmijt en schavot,
Het sprankelde van leven.
Op de melodie
van: "lofzang van Maria".
Terug